Ik keek naar het zachte gras dat op een neer wiegde. Vol geduld telde ik de grassprietjes en plukte er een paar vooraleer ik ze liet weg vliegen via de wind. Groene blaadjes zweefden over de akkers en weilanden en een koel briesje stond aan wal. Ik schudde mijn haar over het niet-gemaaid gras en ging vervolgens gestrekt liggen. Ik keek naar de hemel waar de zon broos, maar toch nog elegant, scheen. Als je dit uitzicht van ver af zou zien, zal je werkelijk denken dat je naar een olieschilderij keek.
Waar kwam de zon vandaan? Boem! En er was opeens een bol met oplaaiend vuur en hitte om te sterven in de lege ruimte van toen. Of ontwikkelde het zich dag na dag, week na week, jaar na jaar, millennium of decennium. Hoe zou het proces dan in elkaar zitten? En het gras? Hoe kon dat zo groen zijn? Zaten er bijzondere kleurstoffen in, of was het lang geleden groen geverfd? De meren, rivieren, zeeën en oceanen. Hoe waren zij er opeens gekomen? Had iemand het krankzinnige idee gekregen om gewoon een leeg, hol plekje te blijven tanken met water?
Ik haalde mijn schouders op. Zolang ik maar de schoonheid van al die dingen kon ervaren. Ik hoefde niks te weten, dit was toch genoeg.
Ik ging weer liggen en keek weer naar de hemel.
De boodschap in dit verhaal is dat we niet gulzig moeten zijn naar meer. Je moet altijd blij zijn met wat je al hebt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten