zondag 20 februari 2011

De hemel.

Ik wilde hem aanraken, hem omarmen, kussen, knuffelen, met mijn hand door zijn haar gaan. Maar alles was nutteloos. Een onzichtbare scherm zat tussen hem en mij in. Al kon ik het niet zien - ik kon niets zien - kon ik het wel vóélen. Elke keer wanneer ik mijn hand naar hem uitstak, voelde ik al een straf op me afkomen in de vorm van een elektriciteitstoot. ‘Justin.’ Een hees gefluister rolde over mijn lippen en ik was te uitgeput om nog één beweging te maken. Lieve Justin … 
Ik haperde even en wilde bijna op de grond storten en dan flauw vallen, maar iets gaf me moed en kracht om door te gaan. Voor Justin. Voor mij. Voor ons.
Al was het pikdonker voor mijn ogen, tastte ik met mijn vingertoppen naar wat er ook was. Het ene moment stond ik daar. Alleen. Alleen met mijn motoriek en techniek. Er was al een paar seconden voorbij. En toen gebeurde het. Mijn vingers gleden door het onzichtbare “schild” en samen met de rest van mijn lichaam viel ik door het scherm. Twee warmbloedige armen vingen me op en hielden me vast alsof ze me nooit meer zullen laten gaan. Vreugde en liefde barstte uit mijn hart en voor de eerste keer kon het me niks schelen dat ik blind was. Ik had de hel achter me gelaten en een plek gewonnen in de hemel met hém.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten