Mevrouw Rifle keek naar haar petieterig dochtertje die warm gepakt was in een gele regenjas en ze trok pesterig aan haar vlechtjes. ‘Opassen voor de wilde dieren! En niet voorbij de grens! Als je verdwaald bent, moet je gewoon op het fluitje blazen.’ De overbezorgde moeder overhandigde haar kleine dochter een fluit aan een touwtje klopte op haar laarzen. ‘En je moet voor acht uur ‘s avonds thuis zijn! Zo niet mag je een week lang niet meer naar buiten!’ Nina, zo heette het meisje, knikte instemmend en draaide zich een kwartslag om naar het bos te rennen. Haar moeder was al binnen het huisje verdwenen en in plaats van te sprinten bedacht Nina zich dat ze meer energie zou overhouden als ze gewoon over het pad ging wandelen. Met een brede glimlach van mond tot mond stapte ze over de brede bochten tot ze voor het bos stond. Opgewekt wandelde Nina het bos binnen en rende ze naar een groepje vogels die over het gras scharrelde. Als door wespen gestoken, vlogen ze verschrikt weg en lieten een teleurgestelde Nina achter. Met een pruillipje schopte ze de eerste de beste steen weg en besloot dan om gewoon verder tot aan het veld te lopen. Het was al voorbij zes uur, en ze moest toch voor acht uur al thuis zijn. Dus waarom die tijd niet inmaken, dacht Nina. Vastbesloten wandelde ze verder tot ze iets in de bosjes zag bewegen. Ze wilde verschrikt weglopen, het zou eventuele struikrovers kunnen zijn. Maar voordat het kleine meisje de pas in kon zetten, verscheen er een magnifiek dier uit de struik en liep daarna bruut weg. Betoverend door de schoonheid van het ree (want dat was het inderdaad), volgde Nina de ree tot aan het grote veld waarna de ree zich moeiteloos onder de grens begaf en daarna verder het woud inliep. ‘Hier mocht ik niet door,' opperde Nina geïrriteerd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten