maandag 21 februari 2011

Haar onschuld.



Altijd ben ik bang om haar aan te raken, haar pijn te doen. 
Haar te omhelzen. 
De duisternis waarin ze zich bevindt maakt het zoveel erger. 
Ze lijkt wel gebroken glas, wie ik veilig naar een fabriek moest sturen.
Ik was de gene die haar door het leven zal moeten leiden.
Ze was te onschuldig.

zondag 20 februari 2011

De hemel.

Ik wilde hem aanraken, hem omarmen, kussen, knuffelen, met mijn hand door zijn haar gaan. Maar alles was nutteloos. Een onzichtbare scherm zat tussen hem en mij in. Al kon ik het niet zien - ik kon niets zien - kon ik het wel vóélen. Elke keer wanneer ik mijn hand naar hem uitstak, voelde ik al een straf op me afkomen in de vorm van een elektriciteitstoot. ‘Justin.’ Een hees gefluister rolde over mijn lippen en ik was te uitgeput om nog één beweging te maken. Lieve Justin … 
Ik haperde even en wilde bijna op de grond storten en dan flauw vallen, maar iets gaf me moed en kracht om door te gaan. Voor Justin. Voor mij. Voor ons.
Al was het pikdonker voor mijn ogen, tastte ik met mijn vingertoppen naar wat er ook was. Het ene moment stond ik daar. Alleen. Alleen met mijn motoriek en techniek. Er was al een paar seconden voorbij. En toen gebeurde het. Mijn vingers gleden door het onzichtbare “schild” en samen met de rest van mijn lichaam viel ik door het scherm. Twee warmbloedige armen vingen me op en hielden me vast alsof ze me nooit meer zullen laten gaan. Vreugde en liefde barstte uit mijn hart en voor de eerste keer kon het me niks schelen dat ik blind was. Ik had de hel achter me gelaten en een plek gewonnen in de hemel met hém.

zaterdag 19 februari 2011

Weg.

Nog steeds hield hij me gevangen met zijn zogezegde “liefde” wat voor hem alleen lust betekende. De hele tijd had hij mijn handen ver van mijn eigen bereik en bleef stand vasthouden. “Je gaat niet weg, begrepen? Zonder jou zal ik instorten.” Zijn smekende oogjes lieten bij mij tranen opwellen, maar ik gaf niet toe. Het was teveel, ik had te veel verdragen. Mijn egocentrisme overwon het van mijn empathie en ik liep weg. Van hem, van mijn pijn, mijn angst. Alles en nog wat. Het kon me niks meer schelen.



vrijdag 18 februari 2011

De stukgedanste schoentjes


Een koning doet altijd de deur op slot van de slaapkamer van zijn twaalf dochters, maar 's ochtends zijn de schoentjes altijd stukgedanst. Degene die het geheim kan ontsluieren, mag trouwen met een van hen en wordt na de dood van de koning zelf koning. Een koningszoon doet een poging, maar valt in slaap en ook de tweede nacht kan hij niet wakker blijven. Ook op de derde nacht kan hij niet wakker blijven en hij wordt ter dood gebracht. Velen volgen, maar niemand kan het raadsel oplossen. Een arme soldaat, die gewond is geraakt, zoekt de weg naar de stad en komt een oude vrouw tegen. Hij zegt dat hij wel wil weten waar de koningsdochters hun schoentjes stukdansen en ze vertelt hem dan dat hij geen wijn moet drinken en moet doen alsof hij slaapt. Ze geeft hem een mantel waarmee hij onzichtbaar kan worden en wordt vriendelijk ontvangen door de koning.
's Avonds krijgt hij koninklijke kleding aan en gaat naar bed, de oudste dochter geeft hem een beker wijn. Hij heeft een spons onder zijn kin gebonden en de wijn loopt daarin, hij hoort de koningsdochters lachen en zij doen prachtige kleding aan. De jongste dochter heeft een vreemd voorgevoel en de sneeuwgans wordt niet serieus genomen door haar vrolijke zusters. Ze zien dat de soldaat zijn ogen dicht heeft en de oudste klopt op haar bed, waarna het door de grond zakt. De meisjes gaan door de opening en de soldaat doet zijn mantel om en gaat hen achterna. Hij trapt op de jurk van de jongste dochter, maar ze wordt niet serieus genomen door haar zusters. Beneden is een prachtige laan met zilveren bomen en de soldaat neemt een tak mee als bewijs. De jongste hoort de knal, maar de zusters zeggen dat dit vreugdeschoten zijn omdat ze hun prinsen bijna verlost hebben.
Ze komen in een laan met gouden bomen en daarna in één met bomen van diamant. De soldaat breekt weer takken af, maar de oudste zussen nemen hun jongste zus nog altijd niet serieus. Ze komen bij een groot water met twaalf schepen, in elk schip zit een prins. De koningsdochters worden meegenomen en de prins die de jongste dochter vervoert, vertelt dat zijn bootje veel zwaarder vaart. Ze komen bij een kasteel en de prinsen dansen met de prinsessen. De soldaat danst onzichtbaar mee en drinkt de wijn van de meisjes. De jongste vindt het griezelig, maar de oudste laten haar zwijgen.
Als het drie uur is, zijn de schoentjes stukgedanst en de prinsen brengen de meisjes over het water. De soldaat gaat snel in zijn bed liggen en begint te snurken. De meisjes gaan in bed liggen en de soldaat besluit nog niks te zeggen, omdat hij weer naar de wonderbaarlijke wereld wil. Ook de derde nacht herhaalt alles zich en hij neemt een beker als bewijsstuk mee. Hij gaat naar de koning en neemt de drie takken en de beker mee. Hij vertelt dat de prinsessen met twaalf prinsen dansen in een onderaards kasteel. Hij laat de bewijsstukken zien en de koning laat zijn dochters halen. Ze ontkennen niet en de soldaat kiest de oudste dochter als bruid. De bruiloft wordt gevierd en de prinsen worden weer betoverd voor het aantal dagen als de nachten die ze met de prinsessen hebben gedanst.


Bron: Wikipedia De stukgedanste schoentjes van de Gebroeders Grimm.


‘Fluister,’ zei de adelaar.

Mevrouw Rifle keek naar haar petieterig dochtertje die warm gepakt was in een gele regenjas en ze trok pesterig aan haar vlechtjes. ‘Opassen voor de wilde dieren! En niet voorbij de grens! Als je verdwaald bent, moet je gewoon op het fluitje blazen.’ De overbezorgde moeder overhandigde haar kleine dochter een fluit aan een touwtje klopte op haar laarzen. ‘En je moet voor acht uur ‘s avonds thuis zijn! Zo niet mag je een week lang niet meer naar buiten!’ Nina, zo heette het meisje, knikte instemmend en draaide zich een kwartslag om naar het bos te rennen. Haar moeder was al binnen het huisje verdwenen en in plaats van te sprinten bedacht Nina zich dat ze meer energie zou overhouden als ze gewoon over het pad ging wandelen. Met een brede glimlach van mond tot mond stapte ze over de brede bochten tot ze voor het bos stond. Opgewekt wandelde Nina het bos binnen en rende ze naar een groepje vogels die over het gras scharrelde. Als door wespen gestoken, vlogen ze verschrikt weg en lieten een teleurgestelde Nina achter. Met een pruillipje schopte ze de eerste de beste steen weg en besloot dan om gewoon verder tot aan het veld te lopen. Het was al voorbij zes uur, en ze moest toch voor acht uur al thuis zijn. Dus waarom die tijd niet inmaken, dacht Nina. Vastbesloten wandelde ze verder tot ze iets in de bosjes zag bewegen. Ze wilde verschrikt weglopen, het zou eventuele struikrovers kunnen zijn. Maar voordat het kleine meisje de pas in kon zetten, verscheen er een magnifiek dier uit de struik en liep daarna bruut weg. Betoverend door de schoonheid van het ree (want dat was het inderdaad), volgde Nina de ree tot aan het grote veld waarna de ree zich moeiteloos onder de grens begaf en daarna verder het woud inliep. ‘Hier mocht ik niet door,' opperde Nina geïrriteerd.

Writers sidenote.

Alles is van mij, gemaakt door mij, verzonnen door mij. Als het van iemand anders is, zal het er vermeldt staan.

Zo sopraan.

Zo sopraan, 
was haar stem die overal te bekennen was.
Zo sopraan, 
was haar gedaante die ik nooit had kunnen aanschouwen.
Zo sopraan,
was haar zonnig karakter.
Zo sopraan, 
was haar barmhartigheid.
Zo sopraan,
was de stilte toen ik haar stem niet meer hoorde.